Stel, je hebt net als mij een ziekte als MS. Gaandeweg krijg je meer en meer klachten. Nu heb je in het verleden al kennis mogen maken met de nodige pilletje’s die je via de dokter kunt krijgen. Soms werken ze, soms niet. Als ze werken, krijg je ook nog weleens te maken met de nodige bijwerkingen. Waar natuurlijk ook weer pilletjes voor zijn. Als je niet oplet, loop je binnen no time met een hele doos pillen met wekker rond, want het moet allemaal wel op tijd geslikt worden natuurlijk. Dit helpt misschien lang of kort. Maar vroeg of laat heb je meer nodig. Meer pillen of een hogere dosering. Er komen meer kwalen bij, wat weer meer pillen oplevert. En dan rijst bij mij de vraag. Waar houdt het op? Wanneer houdt het op?
Laat je jezelf steeds meer volstoppen met pillen? En waarom? Om het rat-race tempo vol te kunnen houden? Om mensen in onze omgeving niet teleur te stellen? Omdat we bang zijn anderen tot last te zijn?

Maar hoe zit het met onszelf? Als je goed nadenkt, voel je je dan wel prettig bij de pillen die je slikt? Voor pijn snap ik het nog. Daar slik ik ook 1 pil tegen. En hoe ik ook probeer ervan af te komen, het lukt me nog niet. Dat is dus een kwestie van accepteren (en regelmatig opnieuw proberen) en er niet meer teveel over nadenken.
Ik zit nu op dat punt. Ik had net al mijn medicatie afgebouwd tot 1 keer per dag 1 pilletje voor het slapen gaan tegen zenuwpijn. Want slapen vind ik erg belangrijk. Maar nu willen mijn benen al een tijdje niet meer echt. Tuurlijk, koppige stier die ik ben loop ik nog alles zoveel mogelijk. Maar dat resulteerde kortgeleden in serieuze pijnaanvallen en krachtverlies van dien aard dat ik in de plaatselijke supermarkt an publiek half door mijn benen zakte en de pijn met tranen in mijn ogen stond te verbijten. Niet fijn. Gelukkig was ik niet alleen. Maar nu een aantal weken later, een griep rijker, is het dan toch zover gekomen. De rolstoel. Ja, ik kan meer medicatie nemen. Maar mijn lichaam zegt dat medicijnen niet mijn weg is. Mijn manier van omgaan zijn hulpmiddelen die niet mijn organen aantasten. Hulpmiddelen die geen bijwerkingen hebben. Middelen waar ik ieder moment mee kan stoppen, zonder afkickverschijnselen. Dus je merkt al waar mijn voorkeur naar uit gaat. Toch zal ik door veel mensen niet begrepen worden. Want met medicijnen, kan ik misschien veel meer. Kan ik misschien een ‘volwaardig’ lid van deze maatschappij zijn. Ervoor zorgen dat mijn schuld aan deze maatschappij zo klein mogelijk blijft. Want jongen, ik kost me toch een hoop voor de belastingbetaler! En om eerlijk te zijn, het interesseert me niks. Want wat het gros van deze maatschappij ‘nuttig’ vind, vind ik verre van nuttig. des te langer ik deze aandoening heb, des te meer ik leer om dingen bij mezelf te houden. Om me niet druk te maken over wat anderen vinden of zeggen. Ik heb het ‘geluk’ dat ik door deze aandoening al vrij snel buiten spel gezet ben. En daardoor ben ik in een lang en niet altijd even gemakkelijk leerproces gekomen over waar ik nou gelukkig van wordt. Wat goed is voor mij. En niet wat een ander goed vind voor mij, zodat ik op een geaccepteerde manier deel kan nemen aan de maatschappij. Nou heb ik altijd al mijn vragen gehad over hoe deze maatschappij werkt, dus dat dit mij overkomen is, verbaasd me niks. Maar goed. Ik kies dus voor de rolstoel. Zolang als dat nodig is. Dat kan een aantal weken zijn, maar ook voor altijd. Ik hoop het eerste, maar met het laatste ga ik me ook redden.